| 2008 - 2009 - 2010 |
|
LIGGING
GEOGRAFIE
GESCHIEDENIS
BEVOLKING
|
 |
 |
 |
 |
 |
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
-
C
H
I
L
I
|
|
|
|
|
|
 |
Ons reisverhaal van Chili 2010 |
 |
|
|
Puerto Montt en de tsunami.
We zitten een paar dagen vast in Puerto Montt omwille van onderhoudswerkzaamheden aan de FJ. Puerto Montt ligt aan zee en in de verte zijn besneeuwde bergtoppen van de vulkanen te zien maar veel is hier verder niet te beleven.
Onze cabaña, op een paar honderd meer van de Plaza de Armas, ligt in een steile straat een paar honderd meter van de kustlijn verwijderd. Aan de overkant van de straat staat een modern torengebouw van ING, dat uitkijkt over de baai. Puerto Montt is gebouwd op enkele heuvelruggen en nauwe dalen die meestal evenwijdig lopen met de zeelijn. De straten zijn soms zeer steil en het is puffen als we ze snel oplopen.
Vandaag, 11 maart, is er president wissel in Chili maar verder is er niet veel te verwachten. We zullen onze dag moeten vullen met wandelen en wat internetten.
Zopas meldt de TV dat zich opnieuw een grote aardschok heeft voorgedaan, 7,8. Nu in de regio van Valparaiso, dit is ten Noorden van Santiago. Het was vlak voor de ceremonie van de eedaflegging van de nieuwe president. Twintig minuten later weer een schok met ongeveer dezelfde intensiteit, nu 100 km zuid west van Santiago.
Het is 14 uur de zon schijnt en we wandelen naar de zee toe. Het valt ons op dat de winkels zijn gesloten en dat de straten leeg zijn. Misschien omwille van de eedaflegging van de nieuwe president? |
Terug in onze cabaña, vernemen we dat er in de stad rond 13 uur een tsunami alarm was afgekondigd. We zien op TV de mensen en kinderen uit de scholen in paniek de hogere gelegen delen van de stad oprennen |
 |
…De tsunami hebben wij niet gezien! |
klik hier ons verblijf in Puerto Montt
en Puerto Varas |
|
Naar het Chileense merengebied.
Het is zaterdag 13 maart, ik heb zojuist de FJ uit de Toyota garage gaan ophalen we kunnen eindelijk vertrekken. We rijden op de ‘5’ richting Noord. De snelweg met de naam ‘5’ is de langste snelweg ter wereld. Hij loopt van Chiloë (de archipel ten Zuiden van Puerto Montt) over Santiago tot helemaal in het Noorden aan de grens met Peru,3.500 km.
Wij hebben al na 32 km de snelweg verlaten en rijden Puerto Varras binnen.
|
Het stadje ligt aan het meer Llanquihue en ware het niet van de vulkaan aan de andere zijde van het meer, we zouden zweren ergens in Duitsland te vertoeven. De kerken, de huizen, zelfs de namen van de hotels en de restaurants zijn in het Duits. We kunnen hier zelfs “Kuchen” eten. We hebben navraag gedaan in de toeristische dienst en hebben een paar adressen gekregen van cabañas en hotels.
|
 |
hier wanen we ons in Duitsland |
Het hotel “Weisser Haus” in het centrum op een 100 meter van het meer gelegen, heeft nog volop kamers vrij, we reserveren voor twee nachten.
De zon verdwijnt nu en achter de wolken en de met sneeuw bedekte Osorno vulkaan laat zich maar af en toe zien. Hopelijk is de hemel morgen wolkenvrij.
|
|
De Osorno vulkaan
Vandaag zondag rijden we rond het meer. De vulkaan is nu wel zichtbaar vanaf de promenade aan het meer. Het is een perfecte kegel met witte top en hij domineert het landschap op overdonderende wijze. In de streek hier “ Het meren gebied” en ook het land van de oorspronkelijke bewoners de “Mapuche” zijn er tientallen vulkanen en sommige zijn nog actief. Sinds 1850 hebben Duitsers zich in het merengebied gevestigd en hebben een grote impact op de omgeving en de lokale cultuur nagelaten.
De weg rond het meer doen we in klokwijzerzin. Wij zijn op asfalt begonnen, maar rijden nu al een tijdje op stoffige ripio en zoals altijd waar de hellingen steil zijn, is de ripio in zeer slechte toestand met ‘wasbord’ en veel putten. Soms is de weg smal dan weer wat breder, hij slingert langs de grillige oevers van het meer en gaat op en af.
Aan de voet van de vulkaan is men bezig – het is zondag - met een nieuwe weg aan te leggen. Er moeten nog veel bruggen gebouwd worden en grote rotspartijen door middel van dynamiet verwijderd worden, zo te zien. Wij hebben de afslag naar het nationaal park van de vulkaan ‘Osorno’ genomen en rijden op een smalle asfaltweg tussen de bomen richting top.
|
 |
Volcan Osorno in al zijn pracht |
klik hier voor meer foto's van
Lago Llanquihue en Volcan Osorno |
Op 1.200 meter kunnen we niet verder, boven ons torent de machtige witte conus van de vulkaan, onder ons zien we het blauwe meer en wat verder nog een vulkaan. Er is een zetellift die ons nog tot 1.600 meter kan brengen, maar er zijn wolken komen opzetten en het is hier behoorlijk fris ook. We kiezen voor een koffie en taart in de refugio.
|
|
Duits?
Maandagmorgen 16 maart. “Von wo sind Sie?” Ah, aus Belgien! Nein, Belgier haben wir hier noch nicht gehabt, Schweizer, Sweden, Deutscher, ja aber…“ . Het is Francisco de hotelbaas die naar ons informeert als we onze rekening willen betalen. Wij vernemen nu waarom wij gisteren in het donker hebben moeten eten, in een "Parilla " restaurant aan de rand van het meer. Vanaf Santiago tot 2.000 km verder naar het Zuiden was er geen stroom. Een verder gevolg van de aardschokken die het land teisteren. Deze morgen is de panne nog niet helemaal hersteld, nog 10 % van het land zit zonder stroom.
Hij spreekt nog een weinig Duits hoewel hier geboren. Van zijn grootmoeder heeft hij “die Muttersprache” geleerd. “Sind Sie Flamen oder…”. Hij kent ook België en het ‘cultuurprobleem’, hij heeft zelfs een nicht die in Hasselt woont.
|

Panorama Lago Panguipulli
|
Het merengebied wordt volgens de gidsen, althans, vergeleken met Zwitserland. Ja, er zijn de diepblauwe meren en de bergen maar we hebben nog geen kegelvormige met sneeuw bedekte vulkanen gezien in Zwitserland. Die vulkanen domineren de landschappen en van de oevers van ‘Lago Ranco’, ‘Lago Rinhinue’ en ‘Lago Panguipuli’ de meren, die we vandaag voorbij zijn gereden zijn ze te zien, tenminste als ze niet in de wolken zitten. In het stadje Frutono aan ‘Lago Ranco’ krijgen we van de toeristische dienst alweer te horen dat hier geen Belgen komen, de camping adressen die we er kregen waren waardeloos vanwege “gesloten”. In het toeristisch seizoen moet hier een grote drukte heersen maar, nu, buiten het seizoen –vanaf begin maart – zijn de meeste hotels, restaurants toe en dat geldt ook voor de vele kampeerplaatsen die in groten getale langs de oevers van het meer liggen. We besluiten door te rijden naar Panguipulie aan het meer met dezelfde naam. Het is wel nog 100 kilometer maar de weg is geasfalteerd en het is nog maar 17 uur en de zon is nu volop van de partij.
|
|
Nog vulkanen en diepblauwe meren
We gaan bergaf! Neen, niet wij natuurlijk maar de weg bij het binnenkomen van de stad. Tussen de bomen krijgen we zicht op de besneeuwde top van de vulkaan….! En na enig zoeken ontdekken we een camping op de hellende oevers van het meer met uitzicht op twee vulkanen!
|
 |
Een mooiere plaats om te verblijven is niet te bedenken.
Onze buren uit de naburige cabaña zijn al om 5 uur uit de veren. En dat is ons opgevallen. In Chili hebben autorijders de slechte gewoonte om vooraleer ’s morgens weg te rijden met de auto, de motor te laten warmdraaien gedurende wel 10 minuten! De twee 4X4 diesels staan op een paar meter van onze tent, warm te draaien! We moeten terug ingeslapen zijn want het is nu bijna negen uur. Maar de rit van vandaag naar het volgende meer Calafquen is slechts 75 kilometer.
|
De ripio weg langs het ‘laguna pullingue’ is smal. Zoals overal in deze streek zijn de wegranden begroeid met braambessen. Hier zien de bessen er grijs uit van het stof, maar gisteren waren we op een verlaten weg. Daar waren de bessen vrij van stof. Trossen rijpe zwarte braambessen, nog nooit zo ’n overvloedige groei gezien.
|
 |
braambessen...zoveel als je opkrijgt |
klik hier voor meer foto's van:
Langs Lagos en Vulkanen |
We rijden het dorpje Villarica binnen, waarvan enkel de hoofdstraat is geplaveid. Omwille van het eruptiegevaar van de vulkaan Villarica en de lavastroom in 2007 zijn hier de laatste tijd geen investeringen meer gedaan. De huisjes zijn piepklein en dat is eveneens het kerkje. De 2.800 meter hoge vulkaan, Villarica, behoort tot een van de meest actieve vulkanen van Chili.
|
|
Ongeval
We rijden een gele Toyota tegemoet met in de laadbak vieruitpuilende reservewielen. De chauffeur steekt zijn hand in de lucht en we zien hem in onze spiegels halt houden. We stoppen ook en zien de Toyota rechtsomkeer maken.
In de gelagzaal van het hotel Elisabeth vertelt Parijzennaar Francis ons van zijn avontuur dat hem gisteren is overkomen. Ervaren als hij is, deed in 1991 nog een Parijs Dakar en in 2007 Parijs Peking, is hij gisteren met de Toyota over kop gegaan in het Nationaal park. Zijn vriendin en hij zelf, zijn nog zichtbaar onder de indruk van het avontuur waar ze nog behoorlijk goed zijn vanaf gekomen. De Toyota heeft wel op zijn dak gelegen, en dat is te zien aan het ingedeukte bagagerek maar de deuren openen nog en hij rijdt! |
|
Pucon
Van Villamarca rijden we naar Pucon langs de boorden van het meer. Een ritje van een goede dertig kilometer. Het meer links van ons zien we maar af en toe want de oevers zijn bebouwd met villa’s en chalets. Naar we vernemen zijn het vooral welgestelde lui uit Santiago die hier terreinen opkopen, om er een riant huis op te bouwen. De Mapuche worden daardoor steeds verder in het binnenland gedreven. De Mapuche zijn de oorspronkelijke bewoners van Zuid Chili. Ze hebben de invallen van de Inca’s kunnen tegenhouden. De Spanjaarden zijn daar pas midden de 19de eeuw, na 300 jaar, in geslaagd de Mapuche te overmeesteren. De strijdlustige stammen konden gebruik maken van de Bio Bio stroom die ze gebruikten als natuurlijke barrière. Om de Mapuche gebieden te bezetten werden dan Europeanen, vooral lieden uit Duitsland, gerekruteerd.
De toeristische dienst heeft een chalet aan de invalsweg van het stadje. Het is 14u30 en we lezen: “Open vanaf 9 tot 13 uur”! We zullen dus zelf maar op zoek gaan. Van Francis – de onfortuinlijke Parijzennaar met de Toyota - hebben we een hoteladres gekregen. Hotel Geronimo ligt op twee blokken van de hoofdstraat en we kiezen een kamer mat balkon en zicht op de vulkaan -con vista al volcan-.
Pucon staat bekend als de “place to be” voor tal van sporten. Trekking, rafting, skiën ( in de winter), off road, watersporten en nog meer uitdagends …
|
|
De actieve vulkaan ‘Villarrica’
We worden wakker zonder zicht op de vulkaan. Hij zit in de wolken we kunnen slechts vermoeden waar hij zou te zien kunnen zijn. Internet in het hotel werkt niet. Terramoto is de oorzaak zegt de bazin maar als we de man spreken geeft hij toe dat er een probleem met de apparatuur is. “Este tarde todo sera en orden”!
De vulkaan Villarrica -2.847 meter hoog - zit nog steeds volledig verborgen achter een dik pak grijze wolken, als we de asfaltweg die naar het skistation op de flank van de vulkaan links opdraaien. Aan dit kruispunt valt ons een groene signalering op.
|
 |
evacuatie zone |
Klik hier voor meer foto's van Pucón
en de actieve vulkaan Villarrica |
Groene lijnen en pijlen wijzen de richting aan die we moeten nemen in geval van een eruptie van de actieve vulkaan. Goed om weten, een gewaarschuwd man is er twee waard!
|
Aan de ingang van het park waar we de gebruikelijke inkom tickets hebben betaald, zit de gevarenzone wijzer bijna in het rood, gevaarlijk dus! Een tweede bord, een paar meter verder, zegt dat trekking naar de krater niet is toegelaten. Dat zijn we ook niet van plan, we willen zover mogelijk rijden met de hoop boven de wolken uit te komen.
Het asfalt is gestopt aan de ingang van het park, nu rijden we op ripio in een holle weg. De wanden van de weg zijn uitgeschuurd door het water dat hier af en toe naar beneden stroomt. We rijden houtkappers voorbij, de temperatuur zakt alsmaar lager en ook de begroeiing wordt dunner. Waar aan de ingang van het park nog een dicht bos met bomen was, die soms over de 2.000 jaar oud zijn, komen we meer en meer in open terrein. We zijn aan de voet van de skiliften. Een wat triestig beeld, de hoge betonsokkels, die anders onder de sneeuw verdoken zitten, van de skiliftportalen midden lava as in een donkere lucht.
|
 |
aanduiding voor het brandgevaar |

|
de krater van de vulkaan Villarrica is gesloten |
Volgens de parkwachters zouden we de specht met de felrode kop moeten kunnen spotten maar blijkbaar is hij vandaag op verplaatsing, hij was zelfs niet te horen laat staan zien.
|

|
dit is de woodpecker met de rode kop |
Donderdag 18 maart. Vanuit ons bed zien we dan eindelijk de besneeuwde en witte rook blazende Villarrica, tegen een blauwe hemel. Onze dag kan niet meer stuk. Zelfs al werkt internet nog steeds niet in het hotel.
|
 |
dit was ons zicht bij het ontwaken |
 |
de actieve vulkaan Villarrica |
klik hier voor meer foto's van over
Temuco opnieuw naar Argentina |
|
Temuco
Zondag 21 maart. De straten van Temuco zijn verlaten. Temuco wordt beschreven als de snelst groeiende stad van Chili. Der stad is bekend bij toeristen omdat ze als vertrekpunt dient naar de vele recreatiegebieden in het Meren district. Maar de anderhalve dag verblijf hier zullen we ons niet lang herinneren. We zochten het hotel “Austria” uit Lonely Planet maar dat was er niet meer en ook het Peruaanse restaurant – waar we Ceviche zouden degusteren - bleek geschiedenis.
Het regent! We zetten koers naar het Noorden op de ‘5’. We zijn hier op een 275 kilometer van Concepcion en we twijfelen of we over de ‘5’ – er zijn geruchten dat er beschadigingen zouden zijn door de grote aardbeving - richting wijnvalleien ten Zuiden van Santiago rijden, ofwel terug over de Andes trekken richting Argentinië.
We hebben de ‘5’ in Victoria verlaten en rijden nu richting Argentinië op de R89. Het landbouwgebied verandert langzaam in heuvelachtig bos. Het regent niet meer maar de lucht ziet zwart. We zijn net door een 4 kilometer lange en vooral smalle tunnel gereden. De asfaltweg schijnt nieuw, want hij staat op geen enkele kaart en ook de GPS kent hem niet. We stijgen steeds meer, nog 60 kilometer zijn we van de Chileense grenspost.
De grens met Chili zijn we voorbij en de grenspost van Argentinië is 22 kilometer verder. We blijven stijgen en rijden terug op ripio in de regen, 1.850 meter hoog.
|
|
De valleien van de Pisco
De douaniers hebben hun job grondig gedaan onze eieren hebben we moeten achterlaten. Na de politie en douanepost is de weg geasfalteerd en kunnen we wat sneller rijden. Het moet wel want het is al over 19 uur en straks is het donker.
Het is donker en 20 uur en we hebben nog geen hotel noch camping gezien. We slaan links af in de Elqui vallei in de hoop in de Pisco Elqui kloof – die is iets meer toeristisch, althans volgens de reclameborden die we zien opduiken – iets geschiktst te kunnen vinden. Van het landschap kunnen we niets zien, maar de smalle weg gaat omhoog. Het oogt hier inderdaad toeristisch. Er zijn tal van borden, in de dorpjes die we doorrijden, met verwijzing naar campings en hotels. Maar in het donker is het moeilijk te beoordelen wat goed of minder goed is. Dan maar even vragen: “Senor, el mejor camping con una piscina esta en Pisco Elqui, es muy lindo!” krijgen we prompt te horen. We rijden dus nog maar 12 kilometer verder op zoek naar die camping.
We zijn in Pisco, de weg tussen de huizen is slechts een wagen breed. Waar is de camping? Een dame zegt dat er twee campings zijn. Welke is nu ‘de beste’? |
 |
Pisco hotel Gabriel - Mistral |
De camping zonder naam vinden we niet direct en uiteindelijk stoppen wij bij het hotel met de naam ‘Gabriela Mistral' ook 'con piscina’. De naam 'Mistral' zien we vermeld op vele huizen. Señora Gabriela Mistral, een geëerde schrijfster -in 1945 kreeg zij de Nobelprijs voor literatuur- heeft een groot deel van haar leven verbleven en gewerkt in het dorp Monte Grannde, ze is daar ook begraven.
|
| De volgende ochtend worden we wakker met de zon die al druk doende is de kille nachtelijke temperaturen (< 5°C)op te drijven. Het is nog maar 14° - wij zijn hier op 1.500 meter hoogte -maar toch aangenaam. We hebben een karig ontbijt genoten op het terras van het hotel Mistral, het zwembad hebben we gezien maar het water was net iets te fris om een aangename duik te maken. Hier verblijven staat niet op het programma. Hoewel deze streek best aangenaam en rustig is met een sterrenhemel die nergens ter wereld zijn gelijke heeft.
We rijden nog wat verder in de smalle kloof van de Pisco Elqui, bergop, tot waar de asfaltweg ophoudt en overgaat in aardeweg. Met wat manoeuvreren krijgen we de FJ gekeerd op het smalle weggetje en rijden nu de steile kronkelende weg terug die op een 50 a 100 meter boven de vallei bodem, in de berghelling is uitgegraven.
|
 |
ook op de meest onmogelijke plaatsen wordt geplant |
Klik hier voor meer foto's van
De Elqui vallei en de Pisco |
Net zoals in de Elqui vallei groeien de wijngaarden steeds aan, richting hoger op de berghelling. En dat kan alleen maar dank zij de techniek van irrigatie op de brokkelige en gespleten rotsgronden. De wortels van de wijnstokken moeten hun weg kunnen vinden in de steenachtige bodem. Een wonderlijk zicht. De kale bergen en onderaan de groene wijnstokken. Op de bodem van de vallei, waar een kleine stroom loopt, zijn alle vierkante meter bezet door wijngaarden. Net zoals in de meeste wijngebieden in Argentinië en Chili zijn alle jaren goede wijnjaren. Door het droge klimaat zijn er geen schimmels en practisch geen ziektes, en het grote temperartuurverschil tussen dag en nacht geeff de druiven een dikke schil.
|
De lage zon accentueert het reliëf van de grillige berghellingen en kleurt het groen van de wijngaarden tegen de bruine rotsgronden.
Ver rijden wij niet vandaag. In Vicunia hebben wij een camping met zwembad op 2 blokken van het centrum gevonden dank zij de hulp van de toeristische dienst. Uitgerekend verleden jaar waren wij in dezelfde omgeving en verpoosden we een paar dagen tussen de wijngaarden met muskaatdruiven. Dat we hier nu terug zijn heeft alles te maken met de vreemde vorm van het land dat Chili heet. Zeer smal en zeer lang, gewrongen tussen de Pacific en de Andes. En over de Andes zijn ten Noorden van Santiago slechts een drietal bruikbare grensovergangen, weliswaar op zeer grote hoogte (meer dan 4.500 meter).
De druiven die hier worden gekweekt -een zestal varianten van de Europese Muskaatdruiven - dienen voor de overgrote meerderheid tot het maken van Pisco. Er is ook nog rode dessertwijn en er zijn de witte zoete wijnen. Sinds 1931 is bij wet de 'Elqui vallei' de enige vallei, in Chili, die de alcohol met naam 'Pisco' mag produceren. Dit gebied heet “Zona Pisquera”. Dat is zowat vergelijkbaar met de Franse bescherming van de “champagne” streek.
|
 |
terrein is klaargemaakt om nieuwe druivensoorten te planten |
Wat opvalt is, dat nog steeds vele terreinen worden klaargemaakt om nieuwe druivenstokken aan te planten. Sinds kort wordt in de Elqui vallei ook een rode Syrah gebotteld. En dat is de meest Noordelijke wijn die in Chili wordt verbouwd.
|
De goede kwaliteit van de druiven wordt toegeschreven aan het bijzondere microklimaat dat in de vallei heerst. Warm en zeer droog. De lucht is de zuiverste van de wereld (zo zegt men hier). Dat kan wel juist zijn want er zijn hier tal van sterrenwachten op de toppen van de heuvels. De jaarlijkse neerslag is omzeggens te verwaarlozen. Er is wel dauw naarmate men dichter naar La Serena gaat dat aan de Stille Oceaan ligt (62 km). Een bepaalde boomsoort kan hier groeien zonder water, enkel door de dauw te benutten.
|
 |
de bekende flessen van Capel Pisco |
Om 16 uur hebben we geboekt voor een rondleiding in de Pisco distillerij ‘Capel’. Hopelijk kunnen we op weg naar Capel ook nog benzine kopen want deze morgen waren de twee stations droog.
Het bezoek aan Capel heeft ons wat beter ingewijd in het nobele proces van het maken van Pisco. Op 1% na - export - wordt de ganse productie van Capel verbruikt in Chili…en dat zijn enkele tientallen miljoenen flessen per jaar.
|
We zijn pas begonnen met het klaarmaken van het eten als twee fietsers de camping binnenkomen. “Do you speak English?” vraagt de man met helm en mountainbike. De twee zijn uit Australië al een paar weken onderweg met de fiets vanaf Santiago en willen de komende twee maand tot in Bolivia en Peru geraken. Maar eerst moeten ze de pas over die we gisteren hebben gedaan, richting Argentinië. Die pas is zowat de ultieme uitdaging voor elke sportieve fietser. De eenzame fietser die we gisteren, boven, tegenkwamen was vermoedelijk een fransman maar er is ook een Duitser onderweg naar boven.
|
|
Terug naar Copiapo, de mijnstad
Het is zaterdag 10 april en we zetten koers naar La Serena, 62 km van Vicunia. In La Serena hadden we verleden jaar mistig weer en was het slechts 16°C. Nu is er opnieuw mist en het is slechts 15°C. Bij de Toyota dealer die verleden jaar het onderhoud van de FJ heeft gedaan, willen we een pollenfilter kopen. Door het vele en ultrafijne stof op de pistewegen is de oude aan vervanging toe. Het kost enige moeite van de magazijnier de filter in zijn computerbestand te detecteren om dan vast te stellen dat de filter niet in voorraad is.
In La Serena willen we niet verblijven en we beslissen om naar Copiapo te rijden nog 345 km verder naar het Noorden. Ook in Copiapo zijn we al geweest. Maar Copiapo is de enige stad op weg naar de Andesoversteek met de Laguna Verde en die staat wel op het programma en dat hebben we nog niet gedaan. Met de ervaring van de laatste snelle rit over 4.700 meter willen we proberen een slaapplaats te vinden op wat lagere hoogte om dan met minder problemen voor Lieve de twee passen van meer dan 4.500 en 4.700 meter over te rijden.
|
 |
op de Plaza de Armas |
Klik hier voor meer foto's van
de Elqui vallei naar Copiapo |
Copiapo hier zijn we! Een ander hotel dan wat we verleden jaar namen, heeft geen internet dus gaan we maar terug naar het hotel “La Casona” van verleden jaar waar we samen met onze Poolse vrienden verbleven. Copiapo is een mijnstad al sinds de negentiende eeuw. Maar de bevolkingsgroei is fenomenaal. Nu 140.000 inwoners en in 1990 een goede 70.000! Hier is een museum met de meest uitgebreide collectie mineralen ter wereld. Op de Plaza staan Peperbomen (zij kunnen leven van de dauw) die in 1890 werden geplant als herinnering aan de overwinning van oorlog met Peru en Bolivia.
|
|
Naar de grens in de hoge Andes
Maandag 12 april, we hebben net proviand en drinkwater opgeslagen voor drie dagen. Genoeg denken we om de lange weg over de Andes te overleven. We voorzien ons tevens van extra benzine, want tussen Copiapo en het eerstvolgende tankstation in Argentinië is het meer dan 600 kilometer. Ertussen is er alleen maar woestijn en hoogvlakte.
De weg is aanvankelijk in goede staat. Het is aardeweg maar vermengd met een soort olie. In goede staat ziet hij er van op afstand uit als een asfaltweg. Hij bolt lekker zacht.
|
 |
de gekleurde Andes |
| Klik hier voor meer foto's van een onvergetelijke rit naar Argentinë door de hoge Andes |
Maar op de weg is er relatief veel verkeer van grote vrachtwagens die van en naar de mijnen rijden. Die mijnen liggen verspreid over een uitgestrekt gebied en op grote hoogte. We zien af en toe trucks met reserveonderdelen voor de machines en voertuigen die in de mijnexploitaties werken. Hoe verder we vorderen en hoe hoger we rijden hoe meer de kwaliteit van de weg erop achteruit gaat.
|
Het landschap is ruw en afwisselend. Eens rijden we op open vlaktes en wat later in een smalle kloof. We zijn al iets meer dan 150 kilometer van Copiapo verwijderd en we zijn van 500 meter naar 4.000 meter gestegen. Rondom ons zien we de bergen van 5.000 en 6.000 meter. Nu dalen we weer wat en zien beneden ons een vuil witte zoutvlakte en wat verder de gebouwen van de grensautoriteiten van Chili.
|
 |
aan de zoutvlakte van Maricunga |
We informeren bij de douane hoever de Laguna San Rosa en de Laguna del Negro Franscisco nog verwijderd zijn. De eerste ligt op een klein uur rijden (40 km) de andere kryptoniteblauw kleurige Laguna op wee uur of 140 kilometer vanaf Santa Rosa. Bij de laatste laguna bevindt zich een min of meer comfortabele Conaf hut (met elektriciteit) bij Santa Rosa is de ‘refugio’ rudimentair. Graag zouden we nog naar de verste laguna rijden maar het is al over 18 uur en omstreeks 19 uur is het hier donker en de weg is slechte ripio.
Je houdt het niet voor mogelijk hoeveel rijsporen er in een woestijn kunnen zijn. En dan stelt zich de vraag. Welk spoor moeten we volgen om in de kortste tijd naar ons doel te rijden? Met behulp van het kompas proberen we de juiste richting uit te rijden. Wij zijn op een grote vlakte 3.800 meter hoog. De zon gaat langzaam onder en buiten is het 4°C. Ik geloof dat we in de verte de refugio gespot hebben en we nemen de pistes die ernaar toe lijken te leiden. We moeten nog een heuvel om rijden en bij het afdalen zien we de blauwe laguna met aan de oever een houten gebouwtje. Als we dichterbij komen zien we een olijfkleurige pick-up en een klein tentje dat staat opgesteld een 20 tal meter van de refugio. Een man is bezig stenen te stapelen aan de windzijde van het tentje, aan de vrouw vragen we of de refugio misschien gesloten is.
|
|
Een vreselijk koud avontuur
De refugio is open maar het koppel uit Zwitserland wil liever in hun tent slapen. Kwestie het avontuurlijke wat te accentueren, zegt Thiery. De wind blaast en de temperatuur is ondertussen al gezakt tot 0 °C.
|
De zonsondergang kleurt de bergen achter het meer vuurrood, en die weerspiegelen in het blauwe water alsof dat laatste een vlakke spiegel was.
|
 |
met deze prachtige beelden gingen we slapen |
De refugio is een hut met drie ruimtes. Twee om te slapen zonder meubilair en een kleinere om eten klaar te maken want daar staat een tafeltje en twee kaduke plastieken stoelen. Ik moet de tent openvouwen om de matrassen en slaapzakken eruit te halen want we verkiezen in de stofferige hut te overnachten. Zonder gewenning is haastige arbeid op 3.880 meter een niet te onderschatten inspanning. Het lukt mij voor donker de job te klaren.
|
 |
Ondertussen zijn Lieve en Petra begonnen met het klaarmaken van een spaghetti a la Bolognaise. |
| Klik hier voor meer foto's van over de hoogste grensovergang van Zuid |
Lieve heeft weer last van de hoogte maar houdt zich kranig. We maken tijdens het eten wat nader kennis met het Zwitsers paar dat tot onze grote verwondering uitgerekend in hetzelfde bedrijf van onze Bart in Zurich werkt, en die hem ook nog kennen.
|
 |
met deze beelden werden we wakker |
De nacht was koud, zeer koud. De blauwe lucht zien we ’s morgens door de spleten aan de rand van het dak maar we blijven nog wat liggen tot de zon wat sterker is.
|
Lieve is er niet goed aan toe. Ik ben ondertussen bezig met de voorbereiding van het ontbijt. Ik giet ook de extra benzine in de tank van de FJ. De Zwitsers hebben hun bevroren tent op zijn zijkant, in de zon opgesteld om te ontdooien. Ons drinkwater in de refugio is nog bevroren en de temperatuur is nog maar -7°C. In beweging en in de zon is het buiten aangenamer dan binnen in de houten hut.
Negen uur en Petra en Thiery proberen hun gehuurde diesel Ford pick-up te starten. Als de motor uiteindelijk na twee minuten proberen aanslaat produceert die een vreselijke walm. Maar ze kunnen voorzichtig vertrekken en hun geplande drie maanden reis verder zetten. “Chao, chao..”
Een uur later vertrekken wij, maar niet naar de verdere laguna maar zo snel mogelijk naar de grens. We moeten helemaal de weg terug naar het grensgebouw aan de salar. De douane en immigratiediensten van Chili zitten wel op 70 kilometer van de werkelijke grens en 90 kilometer van de Argentijnse grenspost.
Lieve’s conditie is er niet beter op geworden en we moeten terug over een pas van 4.736 meter.
|

|
Dirk voelt hoe warm het water is |
Klik hier voor meer foto's van Laguna Verde en de Paso de San Francisco
|
De ‘Laguna Verde’ ligt op minder dan twintig kilometer van de top van de pas, de grens. Het waait er hard en de wind doet het groenblauwe wateroppervlak schuimen. Er zijn twee kleine warmwaterbronnen aan de rand van het meer, maar het is nog steeds 7° onder nul en pootje baden zelfs in heerlijk warm water is een te grote uitdaging. Even de temperatuur monsteren met de hand vind ik al voldoende. |
Bij de afdaling naar de oevers van het meer, terwijl ik amper 10 kilometer per uur reed, heeft een kleine witte steen onze vooruit beschadigd en is er nu een klein putje achtergebleven.
|
 |
in ieder dorp vind je reparatie bedrijfjes om de gebroken ruiten, door de ripio, te herstellen |
Tot nog toe waren we gespaard gebleven van dat soort problemen. Gebroken voorruiten is een normaal verschijnsel op de Patagonische ripio. Er zijn er op een dag meer gebroken voorruiten dan dat de Antwerpse politie parkeerbonnen kan uitschrijven. En in ieder dorp of stad vind je bedrijfjes die de “parabrisas” repareren. |
Na een babbel met de ranger aan de rand van het meer zetten we onze rit verder. We moeten nog een 200 kilometer rijden vooraleer we een eerste dorp tegenkomen in Argentinië.
|
|
|
|
|
|